Author Archives: schoremswereld

Stotter-Guus

En zo stond-ie ineens weer bij me op de stoep: Stotter-Guus. Ik neemniet aan dat ik die bijnaam hoef uit te leggen. Bij zich had hij eenstoeltje uit het oude Ajax-stadion de Meer, uit vak M nog wel, het vakvan waaruit ik in vroeger dagen de verrichtingen van mijn roodwittehelden gadesloeg. Guus had dat stoeltje na afloop van de laatstewedstrijd in de Meer (28-4-1996, Ajax-Willem II, 5-1) eigenhandigzorgvuldig gedemonteerd met een schroevendraaier. Al jaren beloofde hijdat hij het stoeltje aan mij zou overdragen en het duurde even maarGuus hield woord. Het stoeltje staat nu in mijn woonkamer en ik moet ernog even een mooie eervolle bestemming voor vinden.

Guus demonteerde wel eens vaker een stoeltje, alleen ging dat watonorthodoxer en zonder schroevendraaier. Een hooligan van de ouwestempel die in 1976 aan de wieg stond van de F-Side en vroeger niet, ennu nog niet, vies was van een lekker potje rellen.

Toen een collega mij onlangs benaderde met de vraag of ik een ouwehooligan kende die geweld niet schuwde en zijn levensverhaal aan hemwilde vertellen als onderwerp voor een kleine scriptie hoefde ik danook niet lang na te denken. ‘Bel Guus,’ Zei ik hem ‘noem mijn naam maaren het zit goed. En belangrijk: zeg alsjeblieft niet dat je uitRotterdam komt, want daar heeft Guus het niet zo op. Voor de rest hebje de perfecte gesprekspartner voor je stuk!’ En dat bleek. Guus heeftmijn collega drie uur vol enthousiasme verteld over zijn gewelddadigetienerjaren, de oprichting van de F-Side, stadionrellen, knokpartijenen sterke verhalen. Mijn collega moest hem op een gegeven momentafbreken want hij moest echt naar huis. Maar Guus had nog wel tweedagen kunnen doorratelen over alles wat ie allemaal heeft uitgevretenin de bijna vijftig jaar die hij op deze aardkloot doorbrengt. Nou isratelen een groot woord, want door zijn stotterhandicap is Guus nog weleens wat lang van stof. Maar goed, mijn collega had meer dan genoegmateriaal voor zijn stuk en verliet tevreden huize Guus in Noord.

Ik heb de ruwe versie van het stuk inmiddels gelezen en ik herkendeGuus er ook helemaal in. Zoals ie met brede armgebaren engeluidseffecten (‘sloeg ik die k-k-k-k-k-kutsmeris helemaal dep-p-p-p-pestpleuris! BOEM! BOEM!) voordoet hoe een knokpartij ging, ikhoorde het hem zeggen en ik zag het hem doen.

Ach ja, Guussie… Ik ken die gozer al bijna vijftien jaar. Hij is heellang portier geweest bij mijn vroegere tweede huiskamer, de Korsakoff.Op de een of andere manier mocht Guus mij altijd wel. Hij wist dat ikook een fanatieke Ajax-supporter was, al had ik nooit zoveel op metalle rellen waar hij altijd inzat. Voor hem is rellen schoppen eenmanier van leven, ik heb dat niet. Gelukkig niet, wat mij betreft.Ruzie krijgen met mij is dan ook een hele prestatie, ik word zeldenecht boos. Ik vind veel dingen ook te onbelangrijk om me boos over temaken. Als ik al mot heb met iemand red ik me daar wel verbaal uit enals het op knokken dreigt te komen loop ik weg. Ik heb daar gewoon geenzin in.

Maar toen ik dan een keer een wat flinkere ruzie had in deKorsakoff bedacht Guus zich geen moment. Hij sleurde die vent bij mevandaan, nam hem mee naar buiten, pompte hem een paar keer flink opzijn muil en schopte hem toen gewoon weg. Ik zei Guus dat dat nou ookweer niet nodig was. Het was een beetje duwen, trekken en elkaaruitschelden, maar dat had ik ook zelf wel kunnen oplossen. Ramde hijdie gozer gewoon helemaal in mekaar… Maar goed, Guus zei dat-ie diegozer al langer een ‘k-k-k-k-k-k-kankerlijer’ vond en dat-ie nu eenexcuus had om hem in elkaar te rossen. ‘Want wie aan jou komt, komt aanmij, ouwe!’ Gevolgd door een omhelzing. Die jongen heb ik trouwensnooit meer ergens gezien.

Guus had nooit zoveel aanleiding nodig om een potje ‘gezellig knokken’zoals hij dat noemt. Toen het Nederlands elftal een keer werduitgeschakeld op het WK door Brazilie liep ik na de wedstrijd, op wegnaar de stad, langs Guus zijn huis, want in die tijd woonde hij nog bijmij in de buurt. Hij woonde op de Admiralengracht. Guus stond buitenmet wat vrienden en ontstak in blinde woede toen een Braziliaaneuforisch juichend en zingend over de gracht liep. ‘Hey!V-v-v-v-v-v-vuile k-k-k-k-k-k-anker-Braziliaan riep ie en voor we hetwisten stoof een woeste Guus op de Braziliaan af, pakte hem op enflikkerde de luid gillende Braziliaan in de gracht. Ook totverbijstering van ons. ‘Dat kan je niet maken, Guus!’ ‘Jawel hoor, datzie je toch! Hahahaha! Wat een k-k-k-k-klootzak!’ We hielpen deBraziliaan op de kant en hielden Guus bij hem vandaan, maar dieBraziliaan rende meteen huilend weg. Hij droop af. Letterlijk!

Jaren later had ik eens een meisje versierd in de Korsakoff en wasklaar voor een energieke nacht. Het meisje kwam uit Rotterdam, maar datwist Guus niet. Ik zei hem gedag en liep met mijn verovering richtinghuis. Begon Guus ineens te zingen: ‘Neuk geen wijf uit Rotterdam, wantdaar krijg je kanker van! Lalalalalala!’ Dat was ik nou natuurlijk netwel van plan en ik zei tegen het meisje ook dat ik het maar een raarliedje vond en dat Guus een beetje gek was. Ze nam er genoegen mee.Phew! Had die gek bijna nog mijn leuke nacht verpest, want ze wasnatuurlijk niet echt amused! Maar gelukkig kwam alles goed.

Met sommige vrienden heb je geen vijanden nodig!

29 November 2008
By on 16:27
Dikke Dennis

Lowlands 2002. Met een overheerlijk biertje tegen de kater stond ik deEindhovense herrieformatie Peter Pan Speedrock te bekijken. Hun laatstealbum was namelijk erg prettig en hun optredens zijn altijd supervet.Niet in de laatste plaats door hun mascotte annex brulboei DikkeDennis: tatoeëerder, notoire herrieschopper, feestverstoorder enirritatiebron, woonachtig in die mooie, ja die fijne Jordaan inAmsterdam. Dennis is ooit bij een optreden gewoon het podiumopgeklommen, begon mee te schreeuwen en sindsdien is hij niet meerweggeweest als mascotte van de band.

Waar Dennis is, is herrie. Zo ook op dit optreden op Lowlands toenDennis zo strak van de coke stond dat zijn neus er heftig van aan hetbloeden was. ‘Schoppen Aas!!!!!!!!!!!’ brulde hij de titel van zijnundergroundhitje nog even door de mic en keek de juichende menigte in,terwijl zijn bloed ondertussen overal zat.

Ik kon toen nog niet vermoeden dat ik twee weken later met deze opmerkelijke man op stap zou gaan.

Ik was namelijk gecast voor de hoofdrol van een Heineken-commercialvoor de Britse markt. Ze wilden daar per se Nederlanders voor hebben.De hele crew bestond echter uit Canadezen en Amerikanen, dus het wasgoedkoper om ons naar Canada te vliegen dan hen naar Nederland. Dennisbracht een vriend naar de casting toe, maar toen ze Dennis zagen wildenze hem meteen. De derde Nederlander die mee was was Juliette. Juliettewas een lieve meid, ware het niet dat ze het intellect van eenpindarotsje bezit…. Ik heb weinig dommere kiekens meer meegemaakt inmijn leven en ik vermoed dat ik er ook niet veel meer zal tegenkomendie zo zeldzaam dom zijn.

Nadat ik was gecast meldde Tatiaan van het castingbureau dat DikkeDennis met ons mee zou gaan. Ik zag daar best tegenop. Dennis had nogaleen beruchte naam in het Amsterdamse uitgaansleven. En niet geheel tenonrechte. Ik zag er nogal tegenop om zes dagen met hem door te brengen.Tatiaan gaf mij ook alle papieren die ik in Canada bij de douane moestinvullen voor ons alledrie. ‘Jij moet dat doen, Rod!! Want Juliette isdom en Dennis is gek, jij bent nog de meest normale van de drie!’ Dathoor ik niet vaak. Maar okee, zo gezegd zogediggidaan.

De begroeting op Schiphol was hartelijk. En al snel zat Dennisachter een kolossaal Burger King Menu en ik had ook een broodje. Toenwe de douane door moesten bleek Dennis nog wat openstaande boetes tehebben. ‘Geen probleem man, betaal ik die toch effe!’ En 1100 eurolichter maar met een grote lach konden we door. ‘Waar zijn die boetesvan?’ vroeg ik en dan zei Dennis: ‘ach gewoon, boefie spelen in deJordaan.’ Geen probleem. Wat een relaxte gozer. Toen ie ooit een keerz’n huis in Oud West uit werd gegooid zei hij doodleuk tegen de mensenvan de woningbouwvereniging: ‘Nou, ik ga dan maar. Doen jullie trouwensnog wel effe die afwas die daar staat? Doei!’

In het vliegtuig aangekomen ontdekten Dennis en ik dat we niet naastelkaar zaten. Dennis tikte de mevrouw die op de stoel naast mij zataan. ‘Mevrouw, volgens mij zit u daar!’ en hij wees naar zijn plek. ‘Jamaar…’ probeerde het vrouwtje nog. ‘Niks ja maar, ik zit hier en u zitdaar!’ En het vrouwtje liep weg, gaf Dennis nog een vernietigende bliken Dennis plofte pontificaal naast mij neer. ‘Zo, das beter, gezelligman!’ Juliette zat ergens achterin, dus daar hadden we geen last van.Dennis en ik hadden grote lol tijdens de negen uur durende vlucht!Lachend kwamen we het vliegtuig weer uit waar we werden opgewacht doortwee mensen. Een daarvan was een dame van Nederlandse afkomst die onsde hele week zou bijstaan.

De eerste dag hielden we het rustig. Wel een paar drinkies gedaan maarniet echt gek gedaan. Vroeg slapen, jetlag even wegpitten. De volgendeochtend om 10.00 werd er hard op de deur gebonkt! ‘Rod! Wat gaan wedoen vandaag?!’ Het leek eerder een gebod dan een vraag. We besloten debuurt te gaan verkennen. We hadden vanuit de auto al een paarplatenzaken gespot, dus muziekjunkies als wij zijn liepen we daardirect heen. Hoewel direct, Dennis moest bij elke pizzahut of snackbarwaar we langsliepen even wat eten. De 10 minuten lopen naar de eerstewinkel duurde daardoor zeker een uur. Maar we hadden het wel gezellig.Na een dagje flink platenshoppen en eten en wat zuipen moesten we devolgende dag aan de bak. Om 12.00 zouden we opgehaald worden. Ik liepnaar Dennis kamer om een uur of 10.00 en klopte op de deur. ‘Wachteffe!’ hoorde ik. Vervolgens hoorde ik een bad leeglopen en niet veellater opende Dennis in zijn adamskostuum de deur. Ik keek tegen dehoofden van Willy Alberti en Johnny Jordaan aan, tegen dehandtekeningen van Katja Schuurman en Andre Hazes, een tattoo van TheCramps en nog veel meer inkt. Ik had ook wel eens gehoord dat hij eengespleten eikel had omdat ie daar ooit een bankschroef aan zijn lul hadgehangen. Welnu, dat klopt, ik heb het met eigen ogen mogenaanschouwen. ‘Gezellig dat je er bent man! Ga gezellig effe liggen ofzo!’
‘Eh Dennis, moet je je niet aankleden?’
‘Oh, ja, ja dat is waar!’ en hij deed een minuscuul onderbroekje aan,pakte een zak chips en plofte naast mij op bed. We ouwehoerden wat tot12.00 en hij deed nu en dan een kledingstuk aan. Tegen 12.00 was ieaangekleed en konden we gaan.

De reclame opnemen duurde erg lang, maar we hebben ook daar weervreselijk gelachen, ook al omdat Dennis een beetje gassig was die dag.Een beetje erg gassig, eigenlijk. Was ik net lekker bezig, liet hijineens een knetterende scheet, waarop ik dan weer in de lach schoot endan kon de hele take weer overnieuw gedaan worden. Het had echt eenpaar uur eerder klaargeweest als Dennis en ik niet zoveel lol zaten temaken, maar goed na een hele dag zwoegen stond het ding erop.

We hadden nog twee volle dagen over en die hebben we eigenlijk feestenddoorgebracht. Juliette namen we soms wel eens mee, maar meestal niet.Die bolle en ik hadden het met z’n tweetjes gezelliger dan met haar erbij. Als zij er bij was irriteerden we ons alleen maar aan haarafschuwelijk domme gewauwel.

Na terugkomst in Amsterdam zagen we elkaar af en toe wel eens. Ging ikbij hem naar zijn tattoozaak in de Jordaan, of ik kwam hem tegen bijconcerten. Hij heeft ook nog wel eens mijn popquizteam versterkt enniet onverdienstelijk want we gingen met een prijs weg. (onze mazzelomdat de organisatie had besloten om de nummer 12 ook een prijs toe tekennen.).

Tegenwoordig zien we elkaar niet heel veel meer. Af en toe wel eensbij concerten. Komt ie nog steeds wildenthousiast naar me toe en zegtdan altijd tegen iedereen die het wel of niet wil horen: ‘Hij is mijnvriend, met hem ik een Heinekenreclame gemaakt in Canada!’ en als ie ophet podium staat met PPS en hij ziet mij staan in het publiek dan roeptie me ook gewoon gedag of hij zwaait in elk geval.

Een paar weken terug las ik dat er een heuse biografie over Dennisis geschreven. ‘Ik heb nergens spijt van’ heet ie. Een titel die Dennisop het spekkige lijf is geschreven, want naast alle pret die wij toenik Canada hebben gemaakt hebben we ook over veel serieuze dingengepraat en over dingen die hij heeft gedaan. Niet allemaal even goed,maar Dennis zei ook toen al tegen me: ‘ik heb nergens spijt van.’ En zois het ook.

Spijt is altijd te laat.

Promootje voor het boek over deze kerellees je als je hiero klikt en dat briljante reclamefilmpje van ikke en die dikke kan je hiero zien.


By on 16:13
De Mysterieuze man

Als ik wel eens door het centrum fiets zie ik hem ook weleens. Lopend of fietsend, met een tas vol kranten. Toen ik vroeger debibliotheek op de Prinsengracht nog wel eens frequenteerde zat hij daar ookvaak, de krant te lezen of een boek. En als ik in mijn lunchpauze van de UvAeen broodje ging eten in het Atrium zag ik hem ook wel eens zitten. Met eenbroodje, een kopje koffie en natuurlijk zijn krantje.

En jawel, in alle tien jaar dat ik bij de Melkweg kom zie ikhem ook gegarandeerd een paar keer per week. Of het nou een hiphopconcert is,een snoeiharde metalband of een housefeestje: het maakt hem niet uit. DeMelkweg is gewoon een soort stamkroeg voor hem, de achtergrondmuziek lijktdaarbij van secundair belang te zijn en dat het decor dagelijks wisselt vindthij wel prima. Een oudere man, ik schat hem tegen de zeventig jaar oud, maarhet zou me niks verbazen als hij jonger is. Wit grijzig haar tot in zijn nek,een beetje een baardje, maar niet onverzorgd. Gewoon een oude man die ook eenbeetje gebogen loopt.

De portiers laten hem meestal gewoon doorlopen. Het volgendestation na de portiers is dan de garderobe. Hij geeft me dan zijn jas, diealtijd een beetje stinkt naar ouwemannen-zweet. Als ik hem dan om deverschuldigde euro vraag zegt hij altijd met zijn ietwat geaffecteerde stem:‘Kunt u daar twee van maken?’ of iets in die trant. Hij geeft altijd fooi.

Vroeger toen we nog met guldens betaalde en de prijs 1,50 of2 gulden was, zei hij altijd: ‘Kunt u daar een knaak van maken?’ Hij heeft z’nfooi dus voordelig geïndexeerd voor ons. Soms nog gevolgd door de opmerking dathij toch weer gratis naar binnen mocht.

Vervolgens gaat hij naar de bar, bestelt een pilsie en gaatgewoon ergens staan. Het liefst ergens waar leuke vrouwen staan. Dan staat iegewoon een beetje naar het vrouwelijk schoon te kijken en ondertussen nipt ievan zijn biertje. De ouwe snoeperd! Hij zal de dames niet lastig vallen, hijstaat daar gewoon. Af en toe beweegt hij een beetje mee op het ritme, maar danis ie in een hele gekke bui.Hij maakt ook met niemand contact behalve met hetpersoneel als hij iets nodig heeft. Hij staat daar gewoon een paar uur watpilsjes te drinken en gaat dan weer naar huis.

Hij kijkt me nooit echt aan als we elkaar gedag zeggen in deMelkweg. Hij geeft me gewoon geld plus fooi en ik hang zijn jas op en geef die hemeen paar uur later weer terug. Dat is onze verstandhouding. Niet meer, niet minder.

Toen ik laatst met een vriendin een jamsessie in de MaloeMelo zat te bekijken zag ik hem weer staan. Hij stapelde wat glazen en brachtdie naar de bar. In het voorbijgaan zei ik: `Dag meneer!’ Hij zei niks, liepweer terug naar zijn plek en draaide zich ineens om naar me. Hij lachte, gaf meeen hand en zei: ‘Ah, nu herken ik je, jij bent van de Melkweg, je hebt je haarvandaag in een staart.’ Voor ik antwoord kon geven had de ouwe zich alweeromgedraaid, liep weer naar zijn plek en bleef daar weer stoïcijns staan.

Wat een aparte kerel. Op de een of andere manier intrigeertdie kerel me. Wat is het voor man? Wat is zijn verleden? Ik denk namelijk datdie man een heel groot verleden heeft. Vraag me niet waarom, maar ik denk dater een heel bijzonder levensverhaal achter die man zit. Ik heb het nooit willenvragen. Ten eerste wil ik die man niet lastigvallen en ten tweede haalt het demystiek van die man af. En misschien zit er wel helemaal geen bijzonder verhaalachter die man. Misschien als ik het hem vraagt zegt ie gewoon: ‘Ik heet Joopen ik heb vijftig jaar lang bij de Amsterdamse riolering gewerkt.’ Niks tegenrioleringemployees hoor of mensen die Joop heten, maar ik denk gewoon dat ereen veel groter en meer extravagant verhaal achter deze oude man zit. Ik denkniet dat hij de eerste de beste boerenlul is en hij lijkt me ook niet seniel.Volgens mij is die ouwe namelijk gewoon nog hartstikke scherp.

Misschien zie ik in hem wel mijn voorland…. Dat ik overveertig jaar ook nog de Melkweg inloop, bier bestel en naar mooie meiden zit teloeren. Waarom ook niet, eigenlijk? Volgens mij vermaakt die ouwe zichkostelijk op zijn manier!

Vooral sinds ik de laatste paar jaar zelf veel schrijf beginik steeds nieuwsgieriger naar zijn verhaal te worden. De freelance journalistin mij begint steeds nadrukkelijker tegen me te zeuren. Moet ik wachten tot ieniet meer komt of tot ie definitief stopt met roken of moet ik gewoon een keernaar hem toestappen en hem vragen naar zijn levensverhaal? Ik ben er niet uit.

  Ik denk wel dat als hij dood is dat zijn verhaal of deverhalen over hem wel naar buiten komen. Maar daar heb ik voorlopig dus niksaan.

Voorlopig zal de mysterieuze man mij dus in spanning houdenen hang ik aankomend weekend gewoon weer zijn jas op en zegt hij gewoon weertegen mij:

‘Maakt u daar maar twee van.’


By on 16:09
Illegaal?!

Illegaal?!

 

Op een zonovergoten vrijdagmiddag had ik een afspraak metEarl Randall de Randamie, beter bekend als O-Dog. O-Dog is rapper en was devaste host van Opgezwolle. Opgezwolle? Ja, Opgezwolle uut Zwolle. Want hoewelzijn naam bijzonder exotisch en randstedelijk in de oren klinkt is deze artiestgeboren in ’t Harde (Gelderland), later naar Zwolle verhuisd en van daaruit uiteindelijknaar Amsterdam. Hij is van Surinaamse afkomst en broer van rappers Typhoon enBlaxtar. Tevens is hij stand up-comedian, acteert hij en was hij een tijd langMC in de talkshow van Willie Wartaal van De Jeugd van Tegenwoordig.

 

Maar goed, watskeburt? Vanwaar deze korte bio enbeschrijving van deze ontmoeting?

 

Ik werd onlangs gebeld door een wederzijdse vriendin van onsdie mij een heel vreemd verhaal vertelde over wat deze jongen is overkomen. Ikhoorde het aan en vond het ook een bizar verhaal. Een verhaal dat gelezen magworden vond ik en zo kwam het dat ik mijzelf op deze mooie zomerdag op hetterras van Café Bax in Amsterdam Oud West vond met deze rapper. Ik gewapend metpen en papier, hij met zijn verhaal. Het was onze eerste ontmoeting en ik namhem op: een goedlachse, sympathiek ogende jongen. Kiest zijn woordenzorgvuldig. Hij vertelde wat over zijn jeugd en waar hij vandaan komt. Dezejongen is geboren en getogen tussen de boeren en de koeienpoep in ‘t Harde enzijn vader is werkzaam op de legerbasis aldaar. Hij spreekt perfect ABN endemonstreerde en passant dat hij ook nog in Zwols dialect kan spreken, ik doehet hem beide niet na. Nederlandser dan deze Surinamer krijg je ze niet.

 

Die laatste zin van de vorige alinea zal een heel groteinvloed hebben op dit verhaal.

 

Nadat Opgezwolle eind vorig jaar had besloten om tijdelijkte stoppen verdween natuurlijk ook een deel van O-Dogs’ inkomsten. En aangezieneen artiest tegenwoordig niet heel snel meer rijk wordt door al dat gedownloadhad O-Dog een extra baantje nodig. Ook al omdat er een verhuizing voor de deurstond, dan is extra geld natuurlijk altijd een zeer prettige bijkomstigheid.

 

Via een detacheringbureau kwam O-Dog te werken in een hotelin het centrum van Amsterdam. Hij moest het linnengoed voor de hotelkamersverzorgen.Werktijden lagen tussen zeven uur ’s ochtends en twee uur ’s middags.Het zouden mijn werktijden niet zijn, maar O-Dog wilde gewoon graag flinkaanpakken en op deze manier kon hij zich in de avonduren aan zijn artistiekebezigheden wijden. Voor hem waren de werktijden dus ideaal.

 

Er moest nog even een foto worden gemaakt voor zijnwerkpasje. ‘Even lachen, O-Dog!’ En hatsikidee, een breed lachende O-Dog stond afgebeeld op zijn werkpasje. Hij kon direct beginnen.

 

De eerste dag werd hij ingewerkt door een zeer slechtNederlands sprekende Afrikaan. Het was met handen en voeten communiceren, maargoed, O-Dog begreep wat er van hem werd verwacht. De tweede dag werkte hijzelfstandig. Hij moest soms wel dingen vragen maar dat lijkt me niet onlogisch:alle begin is moeilijk. De derde dag ging het uitstekend en hij kreegcomplimenten van zijn collega’s. O-Dog bleek een bijzonder snelle leerling tezijn die het werk snel oppikte.

 

De vierde dag kreeg hij te maken met een rayonmanager, eenvrouw, die aanmerkingen had op zijn werk. Aanmerkingen mogen er natuurlijkaltijd zijn, maar de vrouw deed dat op een zeer snauwerige toon. O-Dog bleefgewoon rustig, vroeg wat er aan de hand was en wat het probleem was enuiteindelijk liet de vrouw hem weten dat het allemaal niet persoonlijk naar hembedoeld was.

Halverwege de dienst werd hij gebeld op zijn diensttelefoon.Of hij even naar beneden wilde komen. O-Dog zei dat hij nog even zijn ronde afwilde maken en dat hij dan zou komen. Nee. Hij moest NU komen. Hij dus naarbeneden. O-Dog verkeerde in de veronderstelling dat hij nog iets moestondertekenen of iets dergelijks maar hij werd opgewacht door die snauwerigerayonmanager en de directrice van het hotel. Twee echte blanke Hollandsevrouwen: poldermodellen avant la lettre.

 

De rayonmanager stak van wal: ‘Wij vertrouwen iets niet.’

O-Dog, lichtelijk verbaasd… ‘Wat vertrouwt u niet als ikvragen mag?’

De vrouw pakte zijn paspoortfoto en de foto die op hetdetacheringbureau was gemaakt erbij. De foto die op het detacheringbureau wasgemaakt kwam niet overeen met die in zijn paspoort.

 

Dat lijkt me logischwant op een paspoortfoto mag je niet lachen en moet je strak kijken!

 

De vrouw liet haar ogen gaan, van O-Dog naar zijn foto’s.

 

‘Wij hebben onze twijfels. Je ziet er op deze foto heelanders uit. En de lijn van je oor is ook heel anders op die foto. Wij kunnendit risico niet nemen. Wij hebben in deze branche veel met illegaliteit temaken…’

‘Ja, ik zie het ook.’ De directrice knikte begrijpend naarde rayonmanager.

 

U begrijpt, de bek van deze in Oost Nederland tussen dekoeienpoep geboren Nederlandse Surinamer viel open. Het is dat Ralph Inbar zichal een tijdje niet meer onder de levenden bevindt maar anders zou je overalgaan zoeken naar een verborgen camera. Bananasplit had deze grap kunnenbedenken! 

 

O-Dog antwoordde in zijn beste ABN: ‘Mevrouw, wilt u hiermeesoms suggereren dat ik een illegaal ben?’

‘Ik suggereer helemaal niks, ik weet het 10.000 procentzeker! En ik zit er nooit naast!’

 

Nou, daar kon ie het mee doen. Geboren en getogen tussen dekoeien en de weilanden van Oost Nederland en dan voor illegaal worden versleten,het zal je gebeuren…. O-Dog was boos, maar bleef  uiterst correct. Voor je het weet ben je weerdie boze neger en is het allemaal jouw schuld. Ik weet niet of ik diezelfbeheersing zou kunnen opbrengen.

 

‘Mevrouw, ik bemerk dat u enige irritatie bij mij opwekt.Kijkt u goed naar mijn legitimatie. Dit ben ik. Geboren en getogen inNederland. Misschien ben ik nog wel Nederlandser dan u uit de Randstad, ik heb alskind tussen de weilanden gespeeld en tussen de koeienflatsen doorgehopst! En ikheb het u nog niet verteld omdat ik dat niet nodig vond, maar ik ben ookartiest. Als u mijn naam intoetst op het internet dan vindt u pagina’s vol metinformatie over mij!’

De vrouw wuifde het verhaal hooghartig weg: ‘Pfff..internet..’

En toen besloot madam om het volgende op te merken: ‘Lacheens…’

‘Nee mevrouw, zo meteen gaat u mij ook nog vragen of ik mijntong wil uitsteken en of ik mijn gebit wil laten zien, sorry, dat doe ik niet.’

En gelijk had hij. Het is je reinste vernedering, zo’nopmerking… Hij gebruikte het woord slavernij niet, maar het lag op het puntjevan z’n tong… Die moest ie er even afbijten.

 

Lang verhaal kort: hij kon zijn spullen pakken. Reden: hijis illegaal. En dat wist ze 10.000 procent zeker. Nota bene de best Nederlandssprekende ‘allochtoon’, voor zover je daar bij deze jongen van kan spreken,binnen dat hotel. Er werkten daar mensen die rechtstreeks van een boot kwamen.Die roken nog naar de oceaan…

Boos en teleurgesteld liep O-Dog naar buiten, ook totongeloof van zijn collegae. O-Dog had nog nooit regulier werk gehad omdat hijaltijd artiest was en dan probeert hij eens wat en dan maakt hij dit mee. Hijwas boos, nee dat is niet het goede woord, witverziekend woest benadert dewaarheid meer. Hij kookte van binnen als een vulkaan, de eerste de beste dieverkeerd met z’n ogen naar hem durfde te knipperen zou de ongelukkige zijn diede uitbarsting over zich heen zou krijgen. Hij ging naar het detacheringbureauen vroeg wat deze poppenkast te betekenen had. De consulente daar was ook al opde hoogte en al even vol ongeloof… Helaas kon ze verder weinig voor hembetekenen. In principe is hij gewoon ontslagen in zijn proeftijd. Dat mag.Zonder opgaaf van reden. Er werd echter wel een reden gegeven. Een reden diedie rayonmanager en die directrice niet eens schriftelijk wilde bevestigen, zodapper waren ze dan ook wel weer, maar in de versheid van het gebeuren weltoegaven aan de volgende stap die O-Dog nam.

 

Volgende stap, de politie. Ook de politie stond te klapperenmet de oren… Er kon alleen geen aangifte worden gedaan omdat het hier eenciviele zaak tussen werkgever en werknemer betrof en geen strafzaak. De politieheeft nog wel even naar het hotel gebeld en aan die rayonmanager verteld dat zebijzonder amateuristisch bezig zijn. De politie heeft mensen in dienst dieidentiteiten na kunnen checken en de twee dienstdoende agenten op dat bureauidentificeerden Earl Randall de Ramdanie gewoon wel als zijnde Earl Randall deRandamie aan de hand van die twee foto’s en zijn paspoortgegevens. Werkgeversgaan bij twijfel over identiteiten wel vaker naar het politiebureau voor dat soortzaken en een agent die daarin is gespecialiseerd kan heel snel duidelijkheidgeven over een identiteit.

 

Ik bedacht me toen hij dat vertelde meteen: welke illegaalstapt er nou zomaar het politiebureau binnen? Voor dat je een keer met je ogenkan knipperen zit je alweer op het vliegtuig naar je geboorteland, bij wijzevan spreken. Voor O-Dog moeten ze een chartervliegtuigje naar Zwolle regelen…Dus ook dat toont al aan dat O-Dog niet zo heel erg illegaal is hier.

 

Maar ja, ze lijken allemaal zo op elkaar, hè….. Een blundervan de ergste categorie is het. Dit was mij of wie dan ook van mijn wittevrienden nooit overkomen.

 

O-Dog beraadt zich nu op verdere stappen. Het gaat hem nieteens zozeer om financiële genoegdoening, als wel om aan te tonen dat dezevrouwen absoluut niet op hun plek thuishoren en zich diep moeten schamen voorhun schandalige manier van omgaan met mensen. Wat mij betreft mogen deze ‘dames’oneervol worden ontslagen zodat ze nergens meer aan de bak komen. Kunnen zealleen nog maar tomatenplukken. Tussen de echte illegalen!

 

O-Dog heeft mij gevraagd om het verhaal voor hem op teschrijven en ik heb dat heel graag gedaan voor hem.

28 July 2008
By on 13:10
Let niet op rommel!
Een jaar of tien geleden werd het woord rookverbod op het scrabblebord al fout gerekend (‘Dat woord bestaat helemaal niet, hoe kom je er bij, strafpunten!’), kon je voor een geeltje (elf pleuro’s) nog zo blauw als een tientje worden en het was ook in die tijd dat ik weer eens rondliep in de Korsakoff, de tent afschuimend naar wat lekkers. Opeens stond ze daar: het snoepje van de week, veruit het mooiste meisje van de tent, menig man zat daar die avond z’n ogen op te verstuiken…. Wat een lekkertje… ‘We kunnen allemaal wel blijven staren, maar daar wordt ook niemand beter van.’, bedacht ik me en ik gooide al mijn grappigheid, tofheid en leukheid (goed en wat wodka) in de strijd om dit heerlijke meisje minimaal te verleiden tot een stevig robbertje tongworstelen. Welnu: dat lukte, want ze vond mij dus ook leuk en zo. Die slag had ik vast binnen. Jaloerse blikken van de andere mannen in de tent waren mijn deel, maar dat was ik wel gewend, dus ik ging vrolijk door met waar ik aan begonnen was.

Aan alle gezellige avonden komt echter een einde en zo ook aan deze, het was vier uur en we moesten naar buiten, ik was nog in innige verstrengeling met het sfeerverhogende meisje. Oooh, wat kon deze dame exceptioneel lekker zoenen! Ik was zwaar benieuwd naar haar andere orale kwaliteiten.

‘Ga je met me mee naar huis?’ vroeg ze.
Een klassiek voorbeeld van een retorische vraag! Ik had m’n jas al aan! Natuurlijk ging ik mee, ik was zo geil als een bos uien. Zij woonde daar om de hoek, dus dat was een heel prettige bijkomstigheid. Het vervolg hoefde wat ons betreft echt niet zo lang op zich te laten wachten.

We kwamen daar aan, een klinisch opgeruimd appartement midden in de Jordaan, uitzicht op de Wester, prachtig. ‘Let niet op de rommel.’ zei ze nog.
‘Welke rommel?!’ vroeg ik me nog af, want er lag werkelijk geen kussentje scheef, maar okee, je weet hoe die vrouwen soms zijn, dus ik liet die opmerking gaan. En al woonde ze op een vuilnisbelt, ik had gewoon zin in haar, dus whatever.

Daar gingen we weer. Verder met waar we gebleven waren. En nog verder. Er sneuvelden knoopjes. We waren helemaal los. Ik had echt totale zin om dit lekkere ding het licht uit de ogen te neuken! De kalk van het plafond te wippen met haar en dat gevoel was gelukkig wederzijds. Ik had een lul als de Euromast en dat nog wel midden in de Jordaan! Het monument op de Dam wierp mij jaloerse blikken toe. Enfin, u heeft het plaatje. Sorry als ik u daar geen plezier mee doe, ik beschreef gewoon even het gevoel van het moment.

En toen gebeurde het: ze ontdeed zich van dat lekkere truitje en haar strakke broek en ik zag het meteen: onder haar oksels: drie pakkies Van Nelle Half Zwaar, ik zweer het je! Tussen haar benen: vijf keer de snor van Ted de Braak! Een oerwoud waarbij het regenwoud in de Amazone een lullig plantsoentje is. Ik dacht dat ik gek werd. Dus dat bedoelde ze waarschijnlijk met: ‘let niet op de rommel!’
Mijn hemel…. Ik besloot maar om de verdere activiteiten te laten voor wat ze waren en trok in een gigatempo mijn kleding weer aan. Mijn jongeheer die net nog zo fier overeind stond was bij het aanschouwen van deze ravage gekrompen tot een klein uitgevallen Hollands garnaaltje. Ik wist niet hoe gauw ik weg moest komen. Ik bedacht me dat als ik een vinger, een tong of godbetert mijn piemel in dit moeras zou stoppen dat ik die dan echt niet meer terug zou krijgen. Ik moest hier weg! Ik heb niks tegen een beetje beharing als dat mooi is bijgehouden, maar dit was echt te ranzig voor woorden.

Ik heb me nog nooit zo snel aangekleed, zei dat ik dit niet kon en liep weg. Eenmaal buiten gekomen stond die behaarde Tante Toos vanuit haar raam nog van alles naar me toe te schreeuwen en daar zat geen woord Spaans tussen, waarop ik terugriep dat ze beter een hovenier kon laten komen om de boel eens een beetje aan te laten harken en het onkruid te wieden.

Enige maanden later zag ik haar weer eens ergens staan. Stond ze te zoenen met een gozer. Hij had vast hetzelfde in gedachten als ik een paar maanden eerder. Ik kon het niet nalaten om in het voorbijgaan even nonchalant te mompelen: ‘Let niet op de rommel!’

13 June 2008
By on 12:42
Michelangelo en de Mona Lisa ineen!

Gisteravond was er weer eens geen ruk te doen in de kroeg. Het is elke dinsdag weer een verrassing: soms gaan de mensen er helemaal voor en is het stampend druk. Andere dinsdagavonden zitten er drie man en een paardenkop, waarbij dat laatste vaak letterlijk is.

Gisteren dus zo ongeveer die laatste situatie. Een paar man in het café en op het terras een paardenkop die eendoor mij zorgvuldig gemonteerde cappuccino zat op te zuipen.

Tevens aan de bar ineens een wat oudere mevrouw, ik schatte haar op zo’n zeventig jaar. We kunnen spreken van een praatwonder: een mond die niet stilstond. Iemand die bang is dat het niet meer gezellig is als het stil is. Iemand bij wie er bij elke uitademing woorden meekomen. Maakt niet uit wat voor woorden, zolang het maar veel is! Zo iemand. Vertelde dat ze in Spanje had gewoond en in Australië. En moest vandaag in Amsterdam zijn voor… weet ik veel, zo goed lette ik nou ook weer niet op. Oor in, oor uit zeg maar, dat idee.

Mevrouw wilde bier, dus mevrouw kreeg bier. Omdat ze maar over Spanje bleef doorkakelen liet ik haar zien dat we ook flesjes San Miguel in huis hadden. En daarmee had ik mijn vonnis voor de rest van de avond getekend want dat vond ze natuurlijk wel heel erg bueno en zo…
Mevrouw dus aan de San Miguel. Door al dat gepraat dronk ze ook niet zo snel. Gelukkig koos ze af en toe even een ander slachtoffer en was ik even ontheven van mijn taak als luisterend oor.

‘Weet u wat, mijnheer, ik vind het hier zo gezellig doet u mij er nog maar eentje! Ik zeg altijd maar zo, je moet genieten in het leven, sommige mensen kunnen dat niet hè, pluk de dag, carpe diem, ja kijk mijn man is overleden en daardoor ben ik weer terugverhuisd naar Nederland en vandaag moest ik toevallig in Amsterdam wezen en blablablabla to the biggediebiggediebla….’ Ik hing al in de koelkast om een nieuwe San Miguel voor haar te pakken, zette ‘m neer en spoelde het glas van de mevrouw die ondertussen maar bleef doorkakelen over alles. Ik knikte alleen af en toe wat terug, ik had niet de kans om wat terug te zeggen en ik ben nou zelf ook niet echt de allerstilste.

Ze had inmiddels een paar biertjes op en de samenhang die toch al niet echt in haar monologen zat werd alleen maar minder. Mevrouw had inmiddels in het kader van gezelligheid en amicaliteit en dat soort zaken ook mijn naam gevraagd.
‘Ik heet Rodney en zegt u maar je, want ik heb een hekel aan u.’ (blijft een leuke)
‘Wat, Johnny?’
‘Nee, Rodney’
‘Oh, Robby!’
Zucht. ‘Nee, Rodney. R-O-D-N-E-Y’
‘Oh Rodney! Dat klinkt als een western! Bent u Amerikaans?’
‘Ben ik zo dik?’
‘Haha, nou u bent me er eentje! Wat een grapjas bent u! (oude mensen gebruiken soms nog van die leuke oubollige woorden!) Nou ik zal u vertellen… blablabla to the motherfuckingbla…’ Hoogste tijd om weer eens rondje buiten te lopen. Misschien dat ik wel iets kon inschenken of klaarmaken voor die twee mensen die buiten zaten. Het gaf mij in elk geval weer even lucht.
Ik kwam terug en zag dat mevrouw de stamgasten inmiddels ook ontdekt had. Das mooi. Was ik er weer even vanaf. Mevrouw begon inmiddels aardig in de olie te raken, want buiten het feit dat nu echt elke samenhang in haar verhalen ontbrak begon ze er nu ook Spaans tussendoor te praten. En ja, eh… no comprendo, ouwe….

Mevrouw begon zelf ook wel door te krijgen dat ze in de olie raakte en zei dat ze dadelijk maar weer eens de taxi moest nemen. Maar goed, ze had nog wat bier en nog genoeg te lullen. Toen haar bier bijna op was bood een stamgast er haar nog eentje aan. En bedankt hè! Volgens mij was dat gewoon om mij te sarren. Dus minstens nog een uur gekakel.

Inmiddels was het 22.00. Terras was leeg. Robin bleef achter de bar en ik ging het terras opruimen. Was ik mooi weer even een kwartiertje buiten! Ik dacht nog dat als ik klaar was dat haar bier dan wel op zou zijn en dat ze dan misschien weg zou gaan.

Maar nee, ik kwam terug, inmiddels stonden haar ogen ook een beetje op vijf over half zeven… Volgens mij lopen uw ogen achter mevrouw! Goed, okee, flauw grapje…
En toen kreeg ik ineens een beschrijving van mezelf die ik nog nooit heb gehoord en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook nooit meer zal horen:

‘zzzzzzzRodney… ik heb jou nou zo eens de hele avond zitten observeren ik ben eruit: en jij hoort volgens mij niet in deze tijd. Jij bent Michelangelo! Ja! Dat ben jij…. En misschien ook wel de Mona Lisa… Ja, ja u komt uit die tijd! Ik weet het zeker! U bent een mooi mens Rodney, maar dat weet u vast zelf ook wel!’
‘Ik ben niet ontevreden met mezelf mevrouw, maar… de Mona Lisa?’
‘Ja wel, ja wel, ja wel! U bent Michelangelo en de Mona Lisa ineen…Ik zeg het u! En neemt u dat als een compliment, mooie Rodney!’ Pakte ze m’n hand, begon ze verdomme m’n hand te kussen! Het moest niet gekker worden. Maar goed, denk fooi, wat dat betreft ben ik een hoer. ‘Oké mevrouw, genoeg handen gekust, ik moet weer bier tappen! Dank u wel en zo’

Maar daar kon ik het dus mee doen. Ik ben dus Michelangelo en de Mona Lisa ineen….

Goed, die ouwe was zo geschift als een Monatoetje dus. Ik had inmiddels al voor mezelf besloten om haar maar niet meer te schenken, maar dat was gelukkig niet eens nodig, want ze vroeg of ik een taxi wilde bellen. Ze had de zin nog niet uitgesproken of ik had de telefoon al in mijn handen.
‘Ja goedenavond, u spreekt met Michelangelo, Café Bax, kunt u een taxi sturen?’
‘Komt eraan mijnheer Angelo!’

En daar was de taxi al, mevrouw waggelde zo dronken als een dodo de deur uit. Baas blij, want ze had toch best wat San Miguel zitten zuipen. Uiteraard ging mevrouw niet de deur uit voordat ze mij nog uitgebreid bedankte voor de geweldige en gezellige avond en zo. Ik bleef veilig achter m’n bar staan, zometeen wil ze me nog omhelzen en zo….

Een Michelangelo omhelzen doe je tenslotte niet elke dag!

4 June 2008
By on 15:45
Michelangelo en de Mona Lisa ineen!

Gisteravond was er weer eens geen ruk te doen in de kroeg. Het is elke dinsdag weer een verrassing: soms gaan de mensen er helemaal voor en is het stampend druk. Andere dinsdagavonden zitten er drie man en een paardenkop, waarbij dat laatste vaak letterlijk is.

Gisteren dus zo ongeveer die laatste situatie. Een paar man in het café en op het terras een paardenkop die eendoor mij zorgvuldig gemonteerde cappuccino zat op te zuipen.

Tevens aan de bar ineens een wat oudere mevrouw, ik schatte haar op zo’n zeventig jaar. We kunnen spreken van een praatwonder: een mond die niet stilstond. Iemand die bang is dat het niet meer gezellig is als het stil is. Iemand bij wie er bij elke uitademing woorden meekomen. Maakt niet uit wat voor woorden, zolang het maar veel is! Zo iemand. Vertelde dat ze in Spanje had gewoond en in Australië. En moest vandaag in Amsterdam zijn voor… weet ik veel, zo goed lette ik nou ook weer niet op. Oor in, oor uit zeg maar, dat idee.

Mevrouw wilde bier, dus mevrouw kreeg bier. Omdat ze maar over Spanje bleef doorkakelen liet ik haar zien dat we ook flesjes San Miguel in huis hadden. En daarmee had ik mijn vonnis voor de rest van de avond getekend want dat vond ze natuurlijk wel heel erg bueno en zo…
Mevrouw dus aan de San Miguel. Door al dat gepraat dronk ze ook niet zo snel. Gelukkig koos ze af en toe even een ander slachtoffer en was ik even ontheven van mijn taak als luisterend oor.

‘Weet u wat, mijnheer, ik vind het hier zo gezellig doet u mij er nog maar eentje! Ik zeg altijd maar zo, je moet genieten in het leven, sommige mensen kunnen dat niet hè, pluk de dag, carpe diem, ja kijk mijn man is overleden en daardoor ben ik weer terugverhuisd naar Nederland en vandaag moest ik toevallig in Amsterdam wezen en blablablabla to the biggediebiggediebla….’ Ik hing al in de koelkast om een nieuwe San Miguel voor haar te pakken, zette ‘m neer en spoelde het glas van de mevrouw die ondertussen maar bleef doorkakelen over alles. Ik knikte alleen af en toe wat terug, ik had niet de kans om wat terug te zeggen en ik ben nou zelf ook niet echt de allerstilste.

Ze had inmiddels een paar biertjes op en de samenhang die toch al niet echt in haar monologen zat werd alleen maar minder. Mevrouw had inmiddels in het kader van gezelligheid en amicaliteit en dat soort zaken ook mijn naam gevraagd.
‘Ik heet Rodney en zegt u maar je, want ik heb een hekel aan u.’ (blijft een leuke)
‘Wat, Johnny?’
‘Nee, Rodney’
‘Oh, Robby!’
Zucht. ‘Nee, Rodney. R-O-D-N-E-Y’
‘Oh Rodney! Dat klinkt als een western! Bent u Amerikaans?’
‘Ben ik zo dik?’
‘Haha, nou u bent me er eentje! Wat een grapjas bent u! (oude mensen gebruiken soms nog van die leuke oubollige woorden!) Nou ik zal u vertellen… blablabla to the motherfuckingbla…’ Hoogste tijd om weer eens rondje buiten te lopen. Misschien dat ik wel iets kon inschenken of klaarmaken voor die twee mensen die buiten zaten. Het gaf mij in elk geval weer even lucht.
Ik kwam terug en zag dat mevrouw de stamgasten inmiddels ook ontdekt had. Das mooi. Was ik er weer even vanaf. Mevrouw begon inmiddels aardig in de olie te raken, want buiten het feit dat nu echt elke samenhang in haar verhalen ontbrak begon ze er nu ook Spaans tussendoor te praten. En ja, eh… no comprendo, ouwe….

Mevrouw begon zelf ook wel door te krijgen dat ze in de olie raakte en zei dat ze dadelijk maar weer eens de taxi moest nemen. Maar goed, ze had nog wat bier en nog genoeg te lullen. Toen haar bier bijna op was bood een stamgast er haar nog eentje aan. En bedankt hè! Volgens mij was dat gewoon om mij te sarren. Dus minstens nog een uur gekakel.

Inmiddels was het 22.00. Terras was leeg. Robin bleef achter de bar en ik ging het terras opruimen. Was ik mooi weer even een kwartiertje buiten! Ik dacht nog dat als ik klaar was dat haar bier dan wel op zou zijn en dat ze dan misschien weg zou gaan.

Maar nee, ik kwam terug, inmiddels stonden haar ogen ook een beetje op vijf over half zeven… Volgens mij lopen uw ogen achter mevrouw! Goed, okee, flauw grapje…
En toen kreeg ik ineens een beschrijving van mezelf die ik nog nooit heb gehoord en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook nooit meer zal horen:

‘zzzzzzzRodney… ik heb jou nou zo eens de hele avond zitten observeren en jij hoort volgens mij niet in deze tijd. Jij bent Michelangelo! Ja! Dat ben jij…. En misschien ook wel de Mona Lisa… Ja, ja u komt uit die tijd! Ik weet het zeker! U bent een mooi mens Rodney, maar dat weet u vast zelf ook wel!’
‘Ik ben niet ontevreden met mezelf mevrouw, maar… de Mona Lisa?’
‘Ja wel, ja wel, ja wel! U bent Michelangelo en de Mona Lisa ineen…Ik zeg het u! En neemt u dat als een compliment, mooie Rodney!’ Pakte ze m’n hand, begon ze verdomme m’n hand te kussen! Het moest niet gekker worden. Maar goed, denk fooi, wat dat betreft ben ik een hoer. ‘Oké mevrouw, genoeg handen gekust, ik moet weer bier tappen! Dank u wel en zo’

Maar daar kon ik het dus mee doen. Ik ben dus Michelangelo en de Mona Lisa ineen….

Goed, die ouwe was zo geschift als een Monatoetje dus. Ik had inmiddels al voor mezelf besloten om haar maar niet meer te schenken, maar dat was gelukkig niet eens nodig, want ze vroeg of ik een taxi wilde bellen. Ze had de zin nog niet uitgesproken of ik had de telefoon al in mijn handen.
‘Ja goedenavond, u spreekt met Michelangelo, Café Bax, kunt u een taxi sturen?’
‘Komt eraan mijnheer Angelo!’

En daar was de taxi al, mevrouw waggelde zo dronken als een dodo de deur uit. Baas blij, want ze had toch best wat San Miguel zitten zuipen. Uiteraard ging mevrouw niet de deur uit voordat ze mij nog uitgebreid bedankte voor de geweldige en gezellige avond en zo. Ik bleef veilig achter m’n bar staan, zometeen wil ze me nog omhelzen en zo….

Een Michelangelo omhelzen doe je tenslotte niet elke dag!


By on 15:41
liefhebber?

Op 9 juni spelen mijn ouwe punkrockhelden Bad Religion weer eens in ‘mijn’ Melkweg en ik kan al haast niet meer wachten om deze punkbejaarden weer te zien spelen. Ik heb ze al vaak gezien, maar als ze mijn stad weer eens aandoen wil ik ze gewoon altijd zien spelen.

‘Maar Rodney! 9 juni! Hallooooo! Heb je geen agenda dan?! Heb je geen TV?! Zit je alleen maar met je dingeling te spelen achter internet?! Lees je geen kranten?! Woon je tegenwoordig op Pluto?! Nederland speelt dan! Tegen Italië! Eerste wedstrijd EK, en jij als ultieme voetballiefhebber moet dat toch zien?!’

Ik moet dit tragische misverstand op elk groot toernooi of bij elke belangrijke wedstrijd weer uit de wereld helpen en dat doe ik dan ook altijd geduldig: ik ben helemaal niet zo’n grote voetballiefhebber… Het is altijd leuk om wat bekken te zien openvallen.

‘Huh… maarre… Rodney… wat zeg jij nou? Ben je ziek?Je loopt te ijlen!’

Nee, de tijden dat ik echt alles, maar dan ook echt alles volgde zijn reeds lang gepasseerd. Uit die tijd stamt overigens wel mijn welhaast encyclopedische feitenkennis over voetbal. Maar nee dus en ik leg het nog maar eens uit: ik ben een Ajacied. Niks meer en niks minder. Ik vind Ajax en alles wat ik met mijn gabbers doe eromheen interessant. Dan zijn er nog een paar buitenlandse clubs die op gepaste afstand ook mijn interesse hebben (Barcelona, West Ham United en Celtic), maar niks maar dan ook niks haalt het bij Ajax. Naar de wedstrijd toe, biertje met mijn vrienden, de onderlinge humor, de reisjes en meer van dat soort dingen, daar doe ik het voor! Bovendien zijn de meeste internationale wedstrijden, vooral finales, werkelijk niet om aan te zien. Ajax de laatste tien jaar ook niet, maar goed, zoals wel duidelijk moge wezen: daar ligt mijn hart en ooit komt het weer goed. Ik blijf dus niet thuis voor een grote finale of een wedstrijd van het Nederlands Elftal. Tenzij ik echt niks anders of leukers heb te doen.

‘Nee, dan zit je in de kroeg…’

Nee, meestal ook niet, ik heb dan meestal gewoon echt iets anders te doen, hetzij werk, hetzij iets anders. Niet dat het me echt helemaal niks kan schelen want ik wil wel even de rust en eindstand weten, maar ik zal er geen nanoseconde minder van slapen.

‘Maar ben je dan niet trots op Nederland?’

Nou, over dat soort misplaatste trots heb ik al eerder eens iets geschreven en laat ik het nog maar eens kort samenvatten: trots moet je zijn op iets wat je hebt gepresteerd en niet op waar je vandaan komt, want daar heb je niks voor gedaan. Mensen die trots zijn op Nederland zijn net zo dom als mensen die er trots op zijn dat ze zwart of wit zijn en zijn derhalve gewoon te stom om een fatsoenlijke drol te draaien.

Kortom, ik ga dus gewoon lekker Bad Religion kijken in de Melkweg op 9 juni! Die zie ik misschien wel nooit meer en die eventuele doelpunten zie ik later wel weer terug. Met Ajax is alles volstrekt anders. In het geval van Ajax bestaan er simpelweg geen agenda’s. Je bent er gewoon, klaar. Meestal in het stadion, anders in de kroeg en heel soms gewoon thuis achter Digitenne. Maar je bent er! Al is je goudvis ongesteld of wordt je schoonmoeder 150, het maakt niet uit! Je zorgt er voor dat je Ajax kunt zien! Dat telt. Andere zaken in het leven zijn op wedstrijddagen volstrekt ondergeschikt. Ajax, mijn vrienden en ik, die zaken zijn zondag overdag belangrijk! Werkverplichting? Lik m’n tollie. Iedereen waarvoor ik werk of gewerkt heb weet dat Ajax te allen tijde voor werk gaat, geen discussie mogelijk. En Ajax is een van de weinige begrippen in deze wereld die een significante invloed op mijn humeur kan uitoefenen. Die is de laatste jaren dus niet altijd even best, maar halverwege de jaren negentig was ik een wandelende smilie. Ajax is mijn passie en die passie heb ik dus gewoon niet voor het Nederlands elftal. Begrijp me niet helemaal verkeerd: ik vind het leuk als ze winnen. Leuk is het woord. Niet extatisch of zo. En ik word ook bepaald niet strontchagrijnig als Oranje verliest. Het interesseert mij geen fluitje pils en ik kan redelijk objectief naar de wedstrijden kijken, bij Ajax niet. Dan ben ik zo partijdig als de pest, met alle onredelijkheid, subjectiviteit en ‘moodswings’ die daar nou eenmaal soms bij horen. En de scheids is een lul. Sterker nog, als ik de keuze heb tussen het Nederlands Elftal Europees kampioen of Ajax komend seizoen nationaal kampioen dan is die keuze voor mij heel erg simpel: Ajax kampioen natuurlijk. Verbijsterde blikken van onbegrip zijn vaak mijn deel zodra ik dit ‘landverraad’ opbiecht. Want hoe kan ik nou zoiets zeggen…. Tja… Wat ik de tweede wedstrijd doe weet ik niet, misschien kijk ik die wel in het kleinste stadion ter wereld. Dat is van een vaste klant uit de kroeg van mij en ligt vlak bij mij in de buurt. (google maar eens op Stadion Winters, het is echt waanzinnig) en de derde wedstrijd werk ik in de kroeg, dus ik zie minstens een van de groepswedstrijden live. Van mij dus geen oranje versierd huis en de kans dat je mij met een oranje geschminkt hoofd of met een grote oranje klomp op m’n harses zal zien lopen is minder dan nihil, kan ik je melden.

De kans daarentegen dat je Bad Religion door de huiskamer hoort schallen is veel groter.


By on 15:37
Nog steeds leuk!

Onlangs las ik een stukje van mijn Ajax kennis Menno Pot. Menno is journalist bij de Volkskrant en auteur van de supportersklassieker ‘Vak 127’. Menno en ik zien elkaar wel eens rond de wedstrijden van Ajax, ook al omdat zijn vriendengroep en mijn vriendengroep voor de wedstrijd altijd afspreken in het zelfde café op de Nieuwmarkt. Tevens zien wij elkaar wel eens bij concerten in Melkweg of Paradiso. Wij hebben allebei een diepe liefde voor Ajax en muziek en houden allebei ook wel van een biertje.

Wij hebben ook nog een andere gezamenlijke liefhebberij. Een liefhebberij die veel jongens hebben gehad of nog wel hebben, maar waar je het toch een beetje moeilijk over kon hebben. Want een beetje vreemd was het natuurlijk wel. Hoewel het viel eigenlijk ook wel weer mee, want als je het dan uiteindelijk schoorvoetend vertelde bleek dat er meer jongens waren zoals jij. ‘Ik ga er de hele stad voor door.’ Zei een enkeling zelfs… Echt waar!

Menno schreef dus laatst iets over die merkwaardige liefhebberij. Eigenlijk is het iets wat alleen jonge jongens horen te doen. Kinderen, pubers en hooguit jongvolwassenen. Maar Menno deed het laatst weer eens als 30-plusser en het gevoel, de kick was nog steeds te gek, zo schreef hij. Fuck, nu begon het mij toch ook wel een beetje te kriebelen. Het was tenslotte al weer een tijdje terug…. Fok it! Ik ga het ook doen, ik had er nu zin in ook! En met vastbesloten stoere tred liep ik naar de boekhandel. Man met een missie!

Ik kocht vast een krant, dan zouden ze me daarna niet meer zo in de gaten houden. Krant gekocht. Check. Nu op naar de tijdschriften. Daar lagen ze al… ik pakte het stapeltje van vier en hield ze nonchalant langs mijn lichaam. Het was niet erg druk in de winkel, maar precies naast mij stond iemand te lezen. Kut, ik ook maar wat lezen dan… Twee lange minuten later was ie weg die vent. Hèhè.

De verkoopster keek naar de andere kant en was met een klant in gesprek. De tijd om toe te slaan was nu! Nu!!!! Ik legde het stapeltje van vier terug. Alleen niet daar waar ik ze vandaan had. Onopvallend. Minstens zo onopvallend liep ik de winkel uit. Mijn hart kolkte als Stadion Nou Camp voor Barcelona- Real Madrid. Ik was buiten en ik was blij. Of blij?! Dat is een understatement waar je niet lekker van wordt, niets minder dan een pure vreugde-implosie vond er binnen in mij plaats! Ik maakte zelfs nog even een vreugdehuppeltje, mensen zullen zich ongetwijfeld hebben afgevraagd waarom, maar dat kon me geen bal schelen. Menno had gelijk. Dit is ook op je 31e nog kicken om te doen! De missie was volbracht: de Feyenoordkrant lag weer ouderwets tussen de Marie Claire, de Flair en de Viva in, bij gebrek aan homoporno in deze winkel.

Kinderachtig? Ach, als jij het zegt… Flauw? misschien wel… Laat mij nog maar lekker even het 31 jarige jongetje blijven en bemoei je er niet mee, ja!

Menno, dank je voor de herbeleving van de kick en we zien elkaar weer!

Menno’s stukje kun je overigens lezen via

http://mennopot75.hyves.net/blog/12077529/Folia_Boekhandelhooliganisme/12Jp/


By on 15:32
Dierenleed

Een vriend van mij kwam ooit eens voor het eerst thuis bij de ouders van zijn kersverse nieuwe vriendinnetje. Het was enorm gezellig en hij kon het goed vinden met zo wel de vader als de moeder van zijn lieffie en zelfs met dat vervelende kleine klotezusje met haar stomme grapjes. De middag zou echter, laten we zeggen….. een wending krijgen.
Deze mensen hadden ook een dwergpapegaaitje, zo’n agapornissie of weet ik veel hoe die dingen heten. Z’n vriendinnetje liet wat zien: ‘Kijk dit vindt ie leuk’ En ze gooide het papegaaitje omhoog en ving het beestje weer op, zo op haar hand. Vader liet het ook nog even zien. Toen de vraag aan de kersverse schoonzoon, of die het beestje ook even omhoog wilde gooien. En waarom ook niet. Die papegaai leek het allemaal echt leuk te vinden. Hij dus met dat beestje op zijn handpalm. Gooide het beessie omhoog. Iets te hard. Iets te enthousiast. Beest knalde tegen het plafond en viel in een loodrechte lijn naar beneden. Diagnose was simpel: ding dood.
Vader, een beer van een vent, barste in snikken uit, moeder werd hysterisch, het kleine zusje begon te hyperventileren en z’n vriendin stond te trillen van woede en verdriet.
En hij stond daar maar als Lulletje Lampekap… wat moet je dan… Tja ‘sorry’ zeggen is het minste wat je kan doen in zo’n situatie, maar het leek iedereen maar het beste dat ie op zou donderen. Zijn kersverse ex-vriendin incluis die hem toe siste dat ze hem nooit meer hoefde te zien.

Hij kwam het verhaal die avond nog in de kroeg vertellen en ik kan je melden dat ie die avond bijna nog meer doden op z’n geweten had, want iedereen stikte werkelijk van het lachen, inclusief schrijver dezes. Het is heel zielig ook en zo voor dat beestje, hoewel ie is overleden tijdens het uitoefenen van z’n favoriete spelletje, dat kan ook niet iedereen zeggen. Maar ik denk dus heel visueel, ik zag het meteen voor me hoe die lompe gast die vogel tegen het plafond kwakte. Ik spreek die gozer tegenwoordig niet meer, maar als ik aan hem denk, denk ik dus aan die vogel tegen het plafond.

Nog meer vogelleed. Mijn opa en oma hadden vroeger een parkietje die los door het huis liep. En mijn oom die gezellig binnenkwam. Een ijselijke piep. Mijn oom keek eens naar beneden en zag aan weerszijden van zijn rechterschoen een pootje uitsteken. ‘Volgens mij sta ik op Pietje.’ En inderdaad dat was dus het einde van Pietje.

Alleen maar vogelleed? Nee, mijn katten hebben ook het nodige moeten ondergaan, maar die leven nog wel. Toen ze nog klein waren en ik eens alleen thuis was had ik zin in een lekker stukje muziek. Toevallig had ik mijzelf zojuist getrakteerd op het nieuwe album van Soulfly (voor de niet-kenners: keiharde metal) en ik zette de stereo op een lekker hard volume. Op een gegeven moment was ik de katjes kwijt en na een paar minuten vond ik ze. Trillend achter de bank, geschrokken van de harde muziek. Inmiddels kijken ze nergens meer van op en slapen ze dwars door alle muziek heen. Soms kijken ze even op, maar voor de rest interesseert het ze niet eens meer.

Ik had altijd een zwart kussentje op de bank liggen. En na een lange dag werken wilde ik op een dag even lekker een uurtje op de bank liggen. Met m’n hoofd op het kussentje. Fles Dr Pepper ernaast, afstandsbediening in m’n klauwen, genoeg te roken en gaan met die banaan, lekker relaxen. Ik plofte languit op de bank en liet mijn hoofd vallen op het kussentje…. MMMMMMMMMMRRRRRRRRAAAAAAUUUUUUWWWW! Klonk het hard en ik kreeg een paar flinke petsers over mijn gezicht. De kat rende beledigd en met een dikke staart weg. Hij blies ook nog even naar me en vluchtte naar boven om onder het bed te zitten, ik moest even niet in de buurt komen. Dat was dus niet het zwarte kussentje….

Mijn katten zijn overigens verbazingwekkend vergevingsgezind. Als er iets is gebeurd dan zijn ze een uur later al weer lief tegen me. Maar goed, ik ben dan natuurlijk ook degene die die blikjes zo goed kan opendraaien.

Dierenleed. Er is een hoop dierenleed. Bovenstaande gevallen waren dus gewoon stomme ongelukkies. Ik word echter gek als ik lees over echte en opzettelijke dierenmishandeling. Kat verzopen, kat opgehangen, paard verkracht met een stalen buis heb ik wel eens gelezen (hoe ziek in je kutkop kan je moederneukend zijn!), hond in elkaar getrapt…. Als ik dat soort dingen lees dan komt de middeleeuwse barbaar in mij boven. Ik ben tegen de doodstraf, maar iets met creatieve lijfstraffen ben ik best voor in bepaalde gevallen…. Hoe haal je zulke dingen ook in je hoofd… Ik vecht ook niet snel, liever niet zelfs, maar ik heb in het Vondelpark een keer een gozer (godverdomme nog een volwassen man ook) vol op z’n muil gebeukt en een schop na gegeven omdat ie slakken met een baksteen zat te pletten. Ik vond dat zo laf…

Ik zou hem bijna de agapornisdood gunnen!


By on 15:29